ECLI:NL:RBDHA:2018:13140
Rechtbank Den Haag · 10-10-2018 · zaaknummer C-09-557125-HA ZA 18-819
Inhoudsindicatie
Afwijzen verzoek om pleidooi, subsidiair om een comparitie van partijen te gelasten, nadat niet tijdig voor antwoord is geconcludeerd. Het recht om voor antwoord te concluderen is ingevolge artikel 133 lid 4 Rv vervallen en het recht verweer te voeren is op grond van artikel 128 lid 3 Rv vervallen, nu niet ten principale is geantwoord. Gedaagde beoogt volgens zijn toelichting het nalaten tijdig voor antwoord te concluderen te ‘repareren’. Ingeval van toewijzing van dit verzoek wordt de in artikel 128 lid 3 Rv neergelegde regel van verval van recht van een gedaagde om zich tegen een vordering te verweren indien niet tijdig voor antwoord wordt geconcludeerd, feitelijk ter zijde gesteld.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
