ECLI:NL:RBDHA:2018:13121
Rechtbank Den Haag · 11-10-2018 · zaaknummer AWB 17/14621
Inhoudsindicatie
Mvv verblijf familie- of gezinslid. De rechtbank is van oordeel dat eiseres terecht aanvoert dat verweerder onvoldoende de door het EHRM relevant geachte elementen bij zijn beoordeling heeft betrokken, zoals de duur van de samenwoning van eiseres bij referente toen zij nog in Syrië woonde. Het gaat om een periode van 10 jaar dat eiseres bij referente in huis woonde waarbij referente de dagelijkse zorg op zich nam. Uit het bestreden besluit blijkt niet van een weging van dit element. Door verweerder is niet weersproken dat eiseres niet in staat is zelfstandig te wonen gelet op haar leeftijd, blindheid en suikerziekte. Vast staat ook dat er geen familie is in Syrië om voor eiseres te zorgen. Verder staat vast dat onduidelijk is wie haar nu hulp verleent, en dat dit hoogstwaarschijnlijk door anderen (buurtgenoten) gebeurt. Er is in Syrië niet gebleken van private en publieke zorginstellingen die hulp kunnen bieden (vgl. de zaak Senchisak tegen Finland, arrest van het EHRM van 18 november 2014, nr. 5049/12, par. 57). Als de buurtgenoten van eiseres wegvallen, valt alle zorg weg. Het is een onzekere instabiele situatie. Beoordeeld dient te worden of aan eiseres voldoende hulp kan worden geboden door buurtbewoners in een gebied waar steeds meer mensen omkomen of zijn gevlucht in verband met de slechte veiligheidssituatie. Dit geldt temeer in dit bijzondere geval nu de kleindochter van eiseres noodgedwongen in Syrië is achtergebleven om haar te verzorgen, en zij na een bombardement in het ziekenhuis om het leven is gekomen. Uit het feit dat eiseres inmiddels meer dan twee jaar door andere personen dan referente is verzorgd, heeft verweerder afgeleid dat eiseres niet specifiek afhankelijk is van haar dochter. Dat eiseres specifiek van haar dochter afhankelijk zou moeten zijn, wil er sprake zijn van beschermenswaardig gezinsleven, volgt naar het oordeel van de rechtbank echter niet uit de jurisprudentie van het EHRM (zie ook de uitspraak van 14 maart 2017 van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, ECLI:NL:RBAMS:2017:1829, en die van 22 juni 2017 van zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, ECLI:NL:RBAMS:2017:3324). De grond slaagt.
Rechters
Advocaten
- C.C. Westermann-Smit
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
