ECLI:NL:RBDHA:2018:12854
Rechtbank Den Haag · 29-10-2018 · zaaknummer C/09/560901 / KG RK 18-1403
Inhoudsindicatie
Verzoekster is niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek. Het verzoek is blijkens het dossier eerst op 2 oktober 2018, ruim 2,5 week na de zitting, ingediend. Door verzoekster is verklaard dat zij op de zitting al bekend is geworden met de feiten en omstandigheden die tot het wrakingsverzoek hebben geleid. Zij heeft dit direct na de zitting ook met haar advocaat, die ook ter zitting aanwezig was, besproken. Door verzoekster is niet verklaard waarom daarna nog 2,5 week is gewacht met het indienen van het wrakingsverzoek. Het karakter van het instituut wraking (dat immers is bedoeld om onmiddellijk een gesignaleerde partijdigheid dan wel de schijn daarvan aan de orde te kunnen stellen) verdraagt zich onder de genoemde omstandigheden dan ook niet met een tijdsverloop van 2,5 week.
Rechters
Advocaten
- A.F.F. Talitsch
- A.W. Duthler
- M.E. Groeneveld-Stubbe
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
