ECLI:NL:RBDHA:2018:12037
Rechtbank Den Haag · 09-10-2018 · zaaknummer C-09-558223-KG ZA 18-847
Inhoudsindicatie
Eiser is Vestia. Gedaagde 1 huurt van een woning van Vestia. In de woning verblijven ook haar familieleden (gedaagden 1 t/m 3). Nadat huurster is aangesproken op ongeoorloofd gebruik van gemeenschappelijke ruimtes is er tussen medewerkers van Vestia en de (familieleden van) huurster een woordenwisseling en een handgemeen ontstaan. Volgens Vestia heeft gedaagde 1 zich niet gedragen zoals van haar als huurster mag worden verwacht. De misdragingen van haar familieleden zijn de huurster aan te rekenen. Daarom is sprake van tekortkomingen in de nakoming van de verplichtingen op grond van de huurovereenkomst. Vestia meent dat die tekortkomingen voldoende ernstig zijn om de huurovereenkomst te ontbinden. Vestia heeft gedaagde(n) daarom in kort geding gedagvaard om, nog vóór de kantonrechter zich heeft kunnen buigen over de ontbinding, ontruiming van de woning te bewerkstellingen. Gezien de omstandigheden van het geval verwacht de voorzieningenrechter dat met de vereiste mate van waarschijnlijkheid kan worden aangenomen dat de bodemrechter de huurovereenkomst zal ontbinden. De voorzieningenrechter acht het daarom gerechtvaardigd om daar in kort geding op vooruit te lopen. Ontruimingsvordering toegewezen.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
