ECLI:NL:RBDHA:2018:11930
Rechtbank Den Haag · 04-10-2018 · zaaknummer AWB - 17 _ 6881
Inhoudsindicatie
De rechtbank oordeelt dat uit het overzicht van betalingen en schulden blijkt dat de schenking aan de begiftigden een kwijtschelding betreft van een schuld aan de Stichting. Daarvoor geldt artikel 33, lid 1, sub 8, van de SW 1956 niet. Daarbij komt dat het vermogen van A per 1 januari 2014 € 21.626 aan banktegoeden bedraagt. Het vermogen van B. bedroeg in 2014 € 71.914 (banktegoed). Ook om die reden kan de vrijstelling als bedoeld in artikel 33, lid 1, sub 8, van de SW 1956 niet worden toegepast. Met verweerder gaat de rechtbank er van uit dat de schenking aan ieder van de begiftigden voor de helft is gedaan, zodat de vrijstelling tweemaal moet worden toegepast. De belaste verkrijging bedraagt dan € 8.000 (2 x € 4.000) minus 2 x € 2.092 (vrijstelling ex artikel 33, lid 1, sub 7). Totaal te betalen € 1.144. De aanslag kan tot op dat bedrag worden verminderd. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
