ECLI:NL:RBDHA:2018:11929
Rechtbank Den Haag · 04-10-2018 · zaaknummer AWB - 17 _ 6880
Inhoudsindicatie
De rechtbank oordeelt dat uit het overzicht van betalingen en schulden blijkt dat (een deel van) de schenking aan de begiftigde is gebruikt om haar schulden te betalen. Verweerder stelt dat deel op € 2.819. Het vermogen van de begiftigde bedroeg in 2014 € 946 (banktegoed) en € 750 (waarde auto). Om die reden kan de vrijstelling als bedoeld in artikel 33, lid 1, sub 8, van de SW 1956 worden toegepast tot een bedrag van € 1.123. (€ 2.819 -/- 1.696. De belaste verkrijging bedraagt dan € 5.360 minus € 2.092 (vrijstelling ex artikel 33, lid 1, sub 7) minus € 1.123 (vrijstelling ex artikel 33, lid 1, sub 8) = € 2.145 á 30% = € 643. De aanslag kan tot op dat bedrag worden verminderd. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
