ECLI:NL:RBDHA:2018:11888
Rechtbank Den Haag · 06-09-2018 · zaaknummer AWB 17-8309 en 17-8311
Inhoudsindicatie
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor het verrichten van arbeid als zelfstandige in Nederland. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft de eerdere beslissing op bezwaar vernietigd omdat de rechtbank verweerder niet volgde in zijn standpunt dat eiser onvoldoende documenten had overgelegd om een adviesaanvraag bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) te doen. Vervolgens heeft verweerder eisers advies voor advisering voorgelegd aan de RvO en in het bestreden besluit de aanvraag afgewezen onder verwijzing naar een negatief advies van de RvO. Volgens de rechtbank mocht verweerder zich baseren op dit RvO advies omdat eiser geen contra-expertise en ook geen stukken heeft overgelegd op grond waarvan aan het advies van de RvO ten aanzien van de levensvatbaarheid van de onderneming kan worden getwijfeld. De beroepsgrond dat de RvO in strijd met de standstill-bepaling een strengere toetsingsmaatstaf is gaan hanteren slaagt niet, gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 4 april 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:977). Dat de markt van tijd tot tijd wijzigt, waardoor gelijke aanvragen op verschillende tijdstippen tot een andere uitkomst kunnen leiden, is evenmin in strijd met de standstill-bepaling. Verder slaagt het betoog van eiser dat uit de stukken die hij heeft verkregen op een verzoek op grond van de Wet openbaarheid bestuur (Wob) blijkt dat de RvO een strengere toetsingsmaatstaf is gaan hanteren, evenmin. Het enkele feit dat in de jaren 2015-2016 minder aanvragen zouden zijn ingewilligd dan in de jaren 2011-2013 is niet voldoende voor deze aanname. Ook slaagt het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet. De adviezen van de RvO zien allen op een andere periode en/of branche. Ook de door eiser overgelegde adviezen die hij met een beroep op de Wob heeft ontvangen, rechtvaardigen geen ander oordeel. Het beroep is ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
