ECLI:NL:RBDHA:2018:11260
Rechtbank Den Haag · 19-09-2018 · zaaknummer NL18.16477
Inhoudsindicatie
Onjuiste grondslag vrijheidsontnemende maatregel, arrest Gnandi De oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 krachtens artikel 6, eerste en tweede lid, van die wet is onrechtmatig, omdat eiser niet in bewaring mocht worden gehouden met het oog op zijn verwijdering, zoals bedoeld in artikel 15 van de Terugkeerrichtlijn, en zijn vrijheidsontneming niet kon worden gebaseerd op het feit dat aan hem de toegang tot Nederland is geweigerd. Uit het arrest van het Hof van Justitie van 19 juni 2018 (Gnandi) en de beschikking van het Hof van Justitie van 5 juli 2018 (C., J. en S.) volgt dat een asielzoeker niet op grond van artikel 15 van de Terugkeerrichtlijn in bewaring mag worden gesteld met het oog op zijn verwijdering, zolang hij na afwijzing van zijn asielverzoek in de gelegenheid is om daartegen beroep in te stellen en een voorlopige voorziening te vragen, en wanneer hij dat verzoek om een voorlopige voorziening heeft gedaan, totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan. Uit het arrest Gnandi volgt ook dat alle rechtsgevolgen van het afwijzende asielbesluit zolang worden geschorst. Een van die rechtsgevolgen is in dit geval dat aan eiser de toegang tot Nederland wordt geweigerd. De werking van de toegangsweigering is daarom opgeschort in afwachting van de uitspraak van de voorzieningenrechter in de asielprocedure. Aan de opgelegde vrijheidsontnemende maatregel kon daarom ook niet ten grondslag worden gelegd dat aan eiser de toegang is geweigerd zoals bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vw. Artikel 8, derde lid, aanhef en onder c, van de Opvangrichtlijn kan niet worden aangemerkt als grondslag voor de aan eiser opgelegde vrijheidsontnemende maatregel, omdat verweerder aan het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel niet ten grondslag heeft gelegd dat sprake is van een procedure om een beslissing te nemen over het recht om het grondgebied te betreden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
