ECLI:NL:RBDHA:2018:10336
Rechtbank Den Haag · 29-08-2018 · zaaknummer 09/827691
Inhoudsindicatie
Verkrachting? Niet de subjectieve beleving van de dader (of het slachtoffer), maar vooral de aard en verschijningsvorm van de handelingen zijn van beslissende betekenis voor het oordeel of de gedraging onder artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) valt. Het zonder toestemming van aangeefster door verdachte brengen van zijn vinger in de vagina van aangeefster heeft naar het oordeel van de rechtbank onmiskenbaar een seksuele strekking. Dat verdachte geen seksuele bedoeling zou hebben gehad, doet daaraan niet af.
Rechters
Advocaten
Officier van justitie
- C.C.E.T. Ceuninck van Capelle
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
