ECLI:NL:RBDHA:2017:975
Rechtbank Den Haag · 20-01-2017 · zaaknummer AWB 16/30655
Inhoudsindicatie
Maatregel artikel 6, derde lid, Vw. Lichter middel. Maatregel artikel 6, eerste en tweede lid, jo artikel 6, zesde lid, Vw. Toegangsweigering. Eiser heeft aangevoerd dat geen sprake is van een toegangsweigering als bedoeld in artikel 3, zesde lid, Vw. De wettelijke fictie die tot 1 januari 2017 in artikel 3, zesde lid, Vw was opgenomen geldt niet meer, door de wijziging van de wettekst per voornoemde datum. De grondslag voor de vrijheidsontnemende maatregel ontbreekt. Hoewel in het besluit tot afwijzing van eisers asielverzoek is vermeld dat dit besluit tevens geldt als weigering van de toegang, is dit slechts opgenomen onder het kopje ‘rechtsgevolgen van deze beschikking’ en niet apart als besluit onderscheiden op pagina één waar is vermeld wat in de beschikking is besloten. Er dient, overeenkomstig het gewijzigde artikel 3, zesde lid, Vw een apart besluit te worden genomen, al dan niet in de asielbeschikking zelf, waarin de toegang tot Nederland (op grond van artikel 14 SGC) wordt geweigerd. Het nieuwe artikel 3, zesde lid, Vw betreft een imperatieve bepaling, die maar voor één uitleg vatbaar is, aldus eiser. Verweerder stelt zich op het standpunt dat met de tekstwijziging van artikel 3, zesde lid, Vw geen inhoudelijke wijziging is beoogd. De wetgever heeft beoogd de Afdelingsjurisprudentie (uitspraken van 3 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1451) en 14 oktober 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2675)) in het nieuwe artikellid te verankeren en getracht de tekst te verduidelijken. De rechtbank is van oordeel dat hoewel de gekozen nieuwe formulering van artikel 3, zesde lid, Vw “wordt daarbij onmiddellijk de toegang geweigerd” afwijkt van de tekst zoals die gold vóór 1 januari 2017, deze tekst ook op de door verweerder voorgestane wijze kan worden uitgelegd. De rechtbank knoopt hierbij aan bij de tekst van het gewijzigde artikellid en de Nota van Wijziging. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de wetgever wetstechnische (geen inhoudelijke) aanpassingen willen aanbrengen en (enkel) buiten twijfel willen stellen dat de toegangsweigering nadat een asielaanvraag is afgewezen als kennelijk ongegrond, is gebaseerd op artikel 14 SGC, hetgeen in de recente jurisprudentie van de Afdeling reeds is uitgemaakt. De asielbeschikking geldt dan ook nog steeds als toegangsweigering. Ondanks dat het onderhavige besluit tot toegangsweigering niet is vermeld onder het kopje “besluit” op pagina één van de asielbeschikking, is de rechtbank van oordeel dat een geldig genomen besluit tot toegangsweigering ten aanzien van eiser wel degelijk is afgegeven, nu is voldaan aan de hiervoor geldende voorwaarden. In de asielbeschikking is immers opgenomen dat eiser de toegang wordt geweigerd omdat zijn asielaanvraag is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verwezen is voorts naar artikel 14 SGC. De strekking en beoogde rechtsgevolgen van de onderhavige asielbeschikking en de hierin vervatte toegangsweigering zijn dan ook duidelijk. De rechtbank verwijst in dit verband mede naar vaste jurisprudentie van de Afdeling, zie bijvoorbeeld de uitspraken van 6 januari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:8) en 27 januari 2010 (ECLI:NL:RVS:2010:6006).
Rechters
Advocaten
- F. Fonville
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
