ECLI:NL:RBDHA:2017:9284
Rechtbank Den Haag · 03-08-2017 · zaaknummer SGR - 16 _ 9794
Inhoudsindicatie
Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van schending van de hoorplicht. Eiser heeft niet de vereiste aangifte gedaan, zodat de bewijslast is omgekeerd en verzwaard. Verweerder heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat eiser loon uit de BV heeft genoten, zodat verweerder bij het opleggen van de aanslag geen redelijke schatting heeft gemaakt. Met betrekking tot de impliciete verliesvaststellingsbeschikking heeft het hof voor het jaar 2010 geoordeeld dat eiser met de onroerende zaak winst uitonderneming noch resultaat uit overige werkzaamheden heeft behaald. De rechtbank ziet geen aanleiding om voor het jaar 2011 anders te oordelen. De verzuimboete is terecht opgelegd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
