ECLI:NL:RBDHA:2017:9209
Rechtbank Den Haag · 18-07-2017 · zaaknummer AWB 17/10831 en 17/10766
Inhoudsindicatie
Er is geen grond voor het oordeel dat verweerder de rechtbank niet in kennis hoefde te stellen van het besluit tot het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel, nu die maatregel binnen de kennisgevingstermijn van achtentwintig dagen is opgeheven, en eiser daarom niet ingevolge artikel 94, eerste lid, Vw kan worden geacht beroep te hebben ingesteld tegen de vrijheidsontnemende maatregel. Nu verweerder in dit geval de maatregel al had opgeheven voor de achtentwintigste dag, leidt het niet tijdig verzenden van de kennisgeving niet tot het oordeel dat de vrijheidsontnemende maatregel om die reden onrechtmatig moet worden geacht.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
