ECLI:NL:RBDHA:2017:8934
Rechtbank Den Haag · 08-08-2017 · zaaknummer 09/711704-12
Inhoudsindicatie
Steekpartij Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot doodslag en mishandeling van het slachtoffer door meermalen op hem in te steken. Een beroep op schending van art. 6 EVRM, omdat aangever niet in het bijzijn van de verdediging is gehoord, slaagt niet. Er zijn voldoende compenserende maatregelen getroffen, waardoor het proces als geheel fair is geweest. De rechtbank acht alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur passend, gelet op de ernst van de feiten. De rechtbank legt daarom een hogere straf op dan door de officier van justitie geëist. Wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt een vermindering toegepast. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 54 maanden op, met aftrek van het voorarrest.
Rechters
Advocaten
Officier van justitie
- B. de Jonge
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
