ECLI:NL:RBDHA:2017:8697
Rechtbank Den Haag · 04-04-2017 · zaaknummer AWB - 16 _ 8274
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat een tijdige voldoening van de kosten voor kinderopvang ten tijde van de opvang in 2014 of kort daarna niet mogelijk was en dat een door eiseres overeengekomen uitstel van de voldoening reeds in mei 2014 derhalve tijdig aan verweerder is doorgegeven. Bij dit oordeel is in aanmerking genomen dat eiseres op 1 februari 2014 een aanvraag voor kinderopvangtoeslag voor haar tweede kind heeft ingediend en dat hierop eerst op 23 september 2014 is beslist, terwijl haar tweede kind vanaf 1 maart 2014 kinderopvang genoot. Door deze gang van zaken is eiseres verder in de problemen geraakt. Verweerder heeft zich dus ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres in 2014 geen recht heeft op kinderopvangtoeslag. Hetgeen verweerder heeft aangevoerd, doet de rechtbank niet anders oordelen. Gelet op de “snelle” en “voorlopige karakter” van de voorschotverlening had verweerder voortvarend moeten handelen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
