ECLI:NL:RBDHA:2017:8153
Rechtbank Den Haag · 12-07-2017 · zaaknummer NL17.3415
Inhoudsindicatie
De rechtbank stelt vast dat hetgeen eiser als nieuwe elementen en bevindingen aan onderhavige aanvraag te grondslag heeft gelegd al in de vorige asielprocedure aan de orde is gesteld. In die procedure is met de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 30 september 2014 (AWB 14/19973) al in rechte komen vast te staan dat eiser daarmee de twijfels rond zijn gestelde identiteit en nationaliteit niet heeft weggenomen. De rechtbank ziet geen aanleiding hier nu anders over te denken. Het enkele feit dat er thans in het landenbeleid van verweerder sprake is van een artikel 15c Kwalificatierichtlijn situatie voor heel Jemen, wordt immers pas relevant op het moment dat eiser zijn Jemenitische nationaliteit heeft aangetoond. Hierin is hij echter nog steeds niet geslaagd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
