ECLI:NL:RBDHA:2017:804
Rechtbank Den Haag · 26-01-2017 · zaaknummer 827013-16
Inhoudsindicatie
Jeugdrecht De verdachte heeft samen met twee medeverdachten goederen voorhanden gehad waarmee door hen beoogd werd een beroving te plegen. De verdachte en twee medeverdachten hadden al bepaald waar en wanneer de overval zou gaan plaatsvinden. Dat het niet zover is gekomen, ligt uitsluitend aan de omstandigheid dat de verdachte in de tram werd aangehouden wegens zwartrijden en in zijn fouillering bivakmutsen en een gasdruk-/alarmpistool werden aangetroffen. De verdachte en zijn mededaders hebben, met het plegen van de voorbereidingshandelingen voor een ernstig strafbaar feit, getoond, dat zij bereid zijn om met het oog op eigen gewin anderen ernstige materiële en immateriële schade toe te brengen. Met het bezit van een verboden wapen draagt de verdachte bovendien bij aan het toenemen van gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.
Advocaten
Officier van justitie
- M.A. Visser
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
