ECLI:NL:RBDHA:2017:7906
Rechtbank Den Haag · 16-06-2017 · zaaknummer AWB 16/17826
Inhoudsindicatie
Voor een burger van de EU die met echtgenoot, een derdelander, naar de eigen lidstaat terugkeert, moet de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU zo worden uitgelegd dat bij de aanvraag voor duurzaam verblijf zowel de begunstigende voorwaarden als de beperkende voorwaarden uit de Richtlijn 2004/38 van toepassing zijn op de derdelander. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de goede procesorde door pas zes dagen voor de zitting, waarvan drie werkdagen, met een geheel nieuw standpunt te komen, terwijl dit nieuwe standpunt is gebaseerd op informatie die al langer bij verweerder bekend kon zijn. Door zonder redelijke grond nog op een dergelijk laat moment te komen met informatie die verweerder al veel langer bekend had moeten zijn, wordt eisers procespositie beschadigd
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
