ECLI:NL:RBDHA:2017:7755
Rechtbank Den Haag · 19-05-2017 · zaaknummer AWB 17/8748, 17/8750
Inhoudsindicatie
Asiel, Afghanistan, relevante elementen, Werkinstructie 2014/10, verschonende omstandigheden Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen en de gestelde problemen ongeloofwaardig bevonden. De rechtbank oordeelt dat het besluit onvoldoende inzicht geeft in de weging van de relevante elementen. Daarnaast wordt verweerder niet gevolgd in zijn standpunt dat geen rekening hoeft te worden gehouden met verschonende omstandigheden, nu in Werkinstructie 2014/10 is opgenomen dat dit wel dient te gebeuren. Het (subsidiaire) standpunt van verweerder ter zitting, dat in het bestreden besluit voldoende rekening is gehouden met de leeftijd van eiser (destijds 16 jaar) volgt de rechtbank niet, nu niet duidelijk wordt met betrekking tot welke verklaringen van eiser dit is gebeurd en op welke wijze. Ook de redenering dat, omdat de verkrachting van eiser niet wordt geloofd er dan ook geen rekening hoeft te worden gehouden met de leeftijd van eiser, schaamte en cultuur, volgt de rechtbank niet, nu niet valt in te zien in welk verband deze verschonende omstandigheden dan wel een rol zouden spelen. Juist met betrekking tot verklaringen over een gebeurtenis zoals eiser die stelt te hebben meegemaakt, zou rekening moeten worden gehouden met - in het geval van eiser - in ieder geval leeftijd en schaamte. In het licht van Werkinstructie 2014/10 is de rechtbank daarom van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd in hoeverre de door verweerder genoemde vaagheden en tegenstrijdheden ten aanzien van de ongeloofwaardig geachte elementen zwaar moeten wegen. Ook heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd of de verschonende omstandigheden zoals de leeftijd en schaamtecultuur er niet toe leiden dat de door verweerder in het voornemen en besluit genoemde vage en tegenstrijdige verklaringen verschoonbaar worden geacht. Reeds hierom acht de rechtbank het beroep gegrond. Desalniettemin bespreekt de rechtbank de overige door eiser aangevoerde beroepsgronden met betrekking tot de ongeloofwaardig geachte elementen van zijn relaas, nu de rechtbank ook overigens van oordeel is dat de beslissing niet in stand kan blijven. Verweerder heeft zijn standpunten over de drie elementen niet op een voor de bestuursrechter controleerbare wijze gerelateerd aan bij hem bekende bronnen met algemene en specifieke informatie over de situatie in Afghanistan, of aan zijn ervaringen met de beoordeling van de geloofwaardigheid van vergelijkbare asielrelazen van andere vreemdelingen, zoals de Afdeling ook in de uitspraak van 15 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3009) heeft overwogen. Verweerder zal de geloofwaardigheid van de relevante elementen 4, 5 en 6 opnieuw moeten beoordelen overeenkomstig de werkinstructie. Verweerder zal daarbij ook moeten afwegen of de hiervoor genoemde verschonende omstandigheden tot het oordeel kunnen leiden dat de niet eenduidige, tegenstrijdige en wisselende verklaringen van eiser niet aan eiser kunnen worden toegerekend.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
