ECLI:NL:RBDHA:2017:7688
Rechtbank Den Haag · 18-05-2017 · zaaknummer AWB 17/8619, 17/8621
Inhoudsindicatie
Asielaanvraag niet-ontvankelijk, 30a lid 1 Vw, verblijfsvergunning asiel in Duitsland, artikel 24 Handvest Verweerder heeft de asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser in Duitsland internationale bescherming geniet. Eiser voert aan dat niet is gebleken dat daadwerkelijk aan hem een verblijfsvergunning asiel in Duitsland is verleend en dat een mogelijk aan eiser verleende verblijfsvergunning nog steeds geldig is. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met de verwijzing naar het dacty-onderzoek van 4 januari 2017 en de e-mailwisseling van 12 en 13 april 2017, niet heeft voldaan aan het beleid zoals geformuleerd in paragraaf C2/6.1 Vc. Deze informatie is onvoldoende om te kwalificeren als ‘informatie uit de betreffende lidstaat waaruit volgt dat de vreemdeling bescherming geniet’. De omstandigheid dat eiser informatie van Nidos heeft overgelegd waaruit valt op te maken dat een ambtenaar van de gemeente Coburg ervan uit gaat dat de verblijfsvergunning asiel van eiser mogelijk niet is verleend dan wel is ingetrokken, de omstandigheid dat eiser al zo’n zes weken uit Duitsland was vertrokken toen hem de verblijfsvergunning asiel zou zijn verleend, en de omstandigheid dat blijkens de memo er geen familieleden in Duitsland zouden verblijven terwijl eiser daar een oom heeft, maken dat het op de weg van verweerder lag om nader onderzoek te doen. De memo van 4 januari 2017 en de e-mail van 13 april 2017 acht de rechtbank in het licht van hetgeen eiser heeft aangevoerd onvoldoende. Ook is niet gebleken dat de Liaison Officer contact heeft gehad met de gemeente Coburg over de door Nidos overgelegde informatie. Daarnaast heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom het niet mogelijk is om de verblijfsvergunning asiel van eiser op te vragen bij de Duitse autoriteiten. De beroepsgrond slaagt. De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat het bestreden besluit op dit onderdeel niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en genomen en evenmin berust op een kenbare en deugdelijke motivering, zodat het besluit niet in stand kan blijven. Nu onduidelijk is of de Duitse autoriteiten daadwerkelijk een verblijfsvergunning asiel aan eiser hebben verleend, dan wel dat deze is verleend en niet inmiddels is ingetrokken, is de asielaanvraag ten onrechte afgewezen op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. De rechtbank komt gelet hierop niet toe aan de beroepsgrond dat verweerder ten tijde van het bestreden besluit had moeten uitgaan van de feiten zoals die waren ten tijde van de asielaanvraag van eiser. De andere door eiser aangevoerde beroepsgrond zal de rechtbank om proceseconomische reden hieronder bespreken, nu de rechtbank ook ten aanzien van die grond van oordeel is dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven, mocht uit nader onderzoek van verweerder blijken dat aan eiser een verblijfsvergunning asiel is verleend en dat deze thans nog geldig is. Eiser voert aan dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 24 van het Handvest van de grondrechten van de EU. Eiser is een kwetsbare jongen met psychische problemen. De rechtbank is van oordeel dat uit het bestreden beluit niet blijkt dat de aangevoerde omstandigheid dat eiser door zijn minderjarigheid en psychische problemen extra kwetsbaar is en dat hij in Nederland familieleden heeft, zijn betrokken. De toelichting van verweerder ter zitting acht de rechtbank in dit verband onvoldoende, mede gelet op hetgeen namens eiser ter zitting is aangevoerd over de band met zijn familieleden in Nederland. Ook het oordeel van de voogd en de behandelaar zijn onvoldoende (kenbaar) bij de besluitvorming betrokken. De stelling van verweerder, dat hij ook in Duitsland een medische behandeling kan krijgen voor eventuele psychische klachten, doet aan het voorgaande niet af nu dit slechts één aspect van eisers kwetsbaarheid betreft. De beroepsgrond slaagt
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- M. Haanstra
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
