ECLI:NL:RBDHA:2017:7412
Rechtbank Den Haag · 19-06-2017 · zaaknummer NL16.3201
Inhoudsindicatie
Irak; Bagdad-stad; vestigingsalternatief; Koerdische soenniet; sponsorschapvereiste. Samenvatting: Vestigingsalternatief Koerdische soenniet in Bagdad-stad. De stukken over de situatie van soennieten in Bagdad-stad geven de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel dan het oordeel in de Afdelingsuitspraak van 21 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3084). Hoewel uit de overgelegde stukken blijkt dat deze situatie nog steeds zorgelijk is, blijkt daar ook uit dat de veiligheidssituatie in Bagdad-stad niet significant is gewijzigd (ambtsbericht van november 2016, pagina 23). Ook is in het ambtsbericht vermeld, net als in het eerdere ambtsbericht van oktober 2015, dat Bagdad wijken heeft waar overwegend soennieten wonen (Mansour). Uit de door eiser overgelegde landeninformatie blijkt niet dat soennieten in deze wijken systematisch worden blootgesteld aan een praktijk van onmenselijke behandelingen. Ook uit de door eiser genoemde uitspraak van het Britse Upper Tribunal van 23 januari 2017 volgt dat de enkele omstandigheid dat iemand soenniet is of uit het Westen terugkeert onvoldoende is om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen. Voor zover eiser heeft gesteld dat hij zich niet in Bagdad-stad zal kunnen vestigen, omdat hij naar verwachting niet over een sponsor zal kunnen beschikken, stelt de rechtbank vast dat de Afdeling in de uitspraak van 21 november 2016 heeft overwogen dat, voor zover voor langduriger verblijf administratieve handelingen zijn vereist, dit geen onoverkomelijke eisen zijn. In hetgeen in beroep is aangevoerd heeft verweerder terecht geen aanleiding gezien voor een ander oordeel. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat uit die stukken onvoldoende blijkt dat de daarin gestelde vestigingseisen voor eiser, die een soennitische Koerd is die vanaf 2008 woonachtig is in Europa, onoverkomelijk zijn. De rechtbank neemt in dit verband in aanmerking dat uit het rapport van UNHCR van 12 april 2017 blijkt dat voornamelijk soennitische Arabieren en soennitische Turkmenen, afkomstig uit een conflictgebied, getroffen worden door de geldende vestigingseisen en dat ten aanzien van onder andere Koerden in het algemeen geen specifieke toegangs- en vestigingseisen gelden (pagina 3). In dit rapport worden problemen besproken die ontheemden ondervinden bij het moeten voldoen aan administratieve verplichtingen, waaronder het sponsorschap (pagina 4), maar daarbij worden soennitische Arabieren en Turkmenen genoemd als personen die deze problemen ondervinden. Gelet hierop heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank dan ook terecht op het standpunt gesteld dat van eiser kan worden verwacht dat hij zich in Bagdad-stad vestigt. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
