ECLI:NL:RBDHA:2017:7310
Rechtbank Den Haag · 04-07-2017 · zaaknummer AWB - 16 _ 9604
Inhoudsindicatie
Uit de bevindingen is voldoende gebleken dat sprake is van samenwoning in de periode van 30 januari 2011 tot en met 21 januari 2014. Daarnaast is voldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres op geld waardeerbare activiteiten heeft verricht in de periode november 2013 tot en met september 2015. Eiseres heeft dit niet gemeld zodat sprake is van schending van de inlichtingenverplichting ten gevolge waarvan het recht op bijstand niet is vast te stellen. De grondslag voor de intrekking en terugvordering in de periode oktober 2015 tot en met december 2015 kan geen stand houden nu niet is gebleken dat eiseres in die periode op geld waardeerbare activiteiten heeft verricht. Het bestreden besluit is dan ook vernietigd, voor zover dit betrekking heeft op de intrekking van het recht op bijstand over de periode van 1 oktober 2015 tot en met december 2015 en de terugvordering.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Westland
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Westland
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
