ECLI:NL:RBDHA:2017:7215
Rechtbank Den Haag · 14-02-2017 · zaaknummer AWB 16/21087
Inhoudsindicatie
Uit de motivering in het bestreden besluit en het verweerschrift begrijpt de rechtbank dat verweerder niet betwist dat eiseres en referent in januari 2013 Eritrea traditioneel (kerkelijk) met elkaar zijn gehuwd. In reactie op de gronden van het beroep en de deskundigenrapporten van de heer Abraha en de heer Ghebremichael heeft verweerder in het verweerschrift in het midden gelaten of het huwelijk rechtsgeldig is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder het bestreden besluit al daarom niet deugdelijk gemotiveerd. Immers, de vraag of sprake is van een rechtsgeldig huwelijk is van invloed op de vraag of op de aanvraag van eiseres het bepaalde in artikel 29, tweede lid, sub a dan wel b, Vw van toepassing is. Sub a betreft de echtgenoot of het minderjarige kind van de vreemdeling die in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning asiel, sub b de tot het gezin van die vreemdeling behorende partner of het meerderjarige kind. Weliswaar toetst verweerder op grond van zijn in paragraaf C2/4.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) neergelegde beleid ook bij de toepassing van artikel 29, eerste lid, sub a, Vw of tussen de gehuwden sprake is van een feitelijke gezinsband, maar door eiseres is gemotiveerd gesteld dat die toets in strijd is met het bepaalde in artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b, juncto artikel 4 lid 1, onderdeel a van de Richtlijn, waarin is neergelegd dat de lidstaten het verzoek tot toegang en verblijf met het oog op gezinshereniging mogen afwijzen wanneer de gezinshereniger geen werkelijk huwelijks- of gezinsleven meer onderhoudt met het gezinslid. Ook heeft eiseres in dit verband gewezen op punt 8 van de preambule van de Richtlijn waarin staat dat voor vluchtelingen gunstiger voorwaarden worden geschapen voor uitoefening van hun recht op gezinsleven. Volgens eiseres is tussen haar en referent wel sprake van werkelijk gezinsleven als bedoeld in artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b, van de Richtlijn. Verweerder is hierop in het verweerschrift enkel ingegaan door te verwijzen naar pagina 2 van de door eiseres in beroep overgelegde brief van mevrouw Corrado van het directoraat-generaal migratie en binnenlandse zaken van de Europese Commissie, waarin mevrouw Corrado schrijft dat de Commissie op dit moment niet kan concluderen dat het Nederlandse beleid om de feitelijke gezinsband te verifiëren in strijd is met de Richtlijn. De vraag is echter of de wijze waarop verweerder in de onderhavige zaak heeft getoetst of sprake is van een feitelijke gezinsband niet toch in strijd is met het bepaalde in artikel van 16, eerste lid, aanhef en onder b, van de Richtlijn, omdat verweerder - blijkens de bewoordingen in het primaire besluit en het bestreden besluit - het aannemen van een feitelijke gezinsband afhankelijk heeft gesteld van de vraag of eiseres en referent een duurzame en exclusieve (partnerschaps-)relatie hebben, waarbij samenwoning één van de (belangrijkere) factoren is die getoetst worden. Door eiseres is hierover terecht aangevoerd dat uit paragraaf C2/4.1 Vc niet blijkt van deze criteria en dat die criteria wel gelden voor reguliere gezinshereniging, maar dat daarvan in casu geen sprake is. Al gelet op het bovenstaande kleeft er aan het bestreden besluit een motiveringsgebrek. Verweerder heeft de bij de tussenuitspraak gestelde termijn om het gebrek te herstellen ongebruikt laten verstrijken. Daarom heeft de rechtbank het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit op het bezwaarschrift te nemen met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen.
Rechters
Advocaten
- M.L. van Riel
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
