ECLI:NL:RBDHA:2017:6744
Rechtbank Den Haag · 15-06-2017 · zaaknummer 09-263609-16
Inhoudsindicatie
Mishandeling terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft. De verdachte, zijnde een winkelier, heeft geprobeerd een klant zijn winkel uit te zetten. Daarbij heeft de klant een kaakbreuk opgelopen. De verdachte maakt tijdens het vastpakken en het trekken een beweging waarbij hij kort met zijn bovenlichaam naar voren en deels naar beneden beweegt, passend bij een confrontatie tussen het hoofd van de verdachte en de kaak van slachtoffer. Zoals hiervoor reeds is overwogen, is er geen sprake van een doelbewuste kopstootactie, maar gelet op de beweging van de verdachte acht de politierechter het wettig en overtuigend bewezen dat het hoofd van de verdachte tijdens deze actie tegen de kaak van het slachtoffer is terechtgekomen. De politierechter is gelet op deze feiten en omstandigheden van oordeel dat verdachte met zijn gedragingen, en in het bijzonder gelet op de reeds bekende weigerende houding van slachtoffer om te vertrekken na incident 1, willens en wetens de kans heeft aanvaard dat slachtoffer letsel zou oplopen. De kans op letsel of pijn is gezien de gedragingen van de verdachte ook aanmerkelijk te noemen. Dat het letsel dermate ernstig zou zijn zoals thans aan de orde had de verdachte weliswaar niet behoeven te voorzien, maar is uiteindelijk (mede) door zijn schuld ontstaan. Kijkend naar de situatie tijdens beide incidenten, kan worden vastgesteld dat slachtoffer inderdaad geen gevolg heeft gegeven aan de meermalen gevorderde verwijdering uit het pand van de verdachte. Daarmee heeft hij weliswaar lokaalvredebreuk gepleegd, maar daartegen staat geen beroep op noodweer open. Het is immers vaste jurisprudentie dat met de term 'goed' in artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten worden bedoeld en lokaalvredebreuk valt daar niet onder. Een noodzakelijk verdediging is slechts toegestaan indien de lokaalvredebreuk gepaard gaat met fysiek geweld tegen personen of goederen. Vastgesteld kan worden dat slachtoffer rustig in de winkel stond en met de politie aan het bellen was. Ondanks dat hij zich in de richting van het privégedeelte van het pand van de verdachte begaf, is gesteld noch gebleken dat hij bedreigend overkwam of dat hij eigendommen van de verdachte vernielde noch dat hij hiertoe voornemens was. Hoewel de reactie van de verdachte begrijpelijk is om na zoveel vorderingen om de winkel te verlaten, zelf actie te ondernemen teneinde slachtoffer zijn winkel uit te zetten, vindt die handeling geen rechtvaardiging in de wet. De verdachte had de komst van de politie, die reeds onderweg was, moeten afwachten. Doordat de verdachte dit niet heeft gedaan en zelf actie heeft ondernomen, heeft hij wederrechtelijk gehandeld jegens slachtoffer. De verdachte komt derhalve geen beroep op een rechtvaardigingsgrond toe.
Rechters
Advocaten
Officier van justitie
- M. Kampen
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
