ECLI:NL:RBDHA:2017:6677
Rechtbank Den Haag · 24-05-2017 · zaaknummer AWB 16/1849
Inhoudsindicatie
Gelet op het arrest Ghezelbash en de stellingen van partijen beoordeelt de rechtbank of verweerder terecht op grond van artikel 12, vierde lid, DV Frankrijk verantwoordelijk heeft geacht. Eiser betoogt terecht dat de enkele omstandigheid dat Frankrijk het overnameverzoek heeft geaccepteerd, en daarop ook na kennisname van de door eiser overgelegde bewijsstukken niet is teruggekomen, niet betekent dat verweerder daarom terecht het overnameverzoek aan Frankrijk heeft gericht. Vaststaat dat eiser op basis van een Frans visum Frankrijk is ingereisd. In geschil is of eiser daarna het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten. Eiser heeft in dit verband geen directe bewijsmiddelen overgelegd, zoals vliegticket, boardingpass of paspoort, waaruit terugkeer naar Iran blijkt. Indien dergelijke bewijzen ontbreken, volgt uit artikel 22, vijfde lid, DV dat de verantwoordelijke lidstaat ook kan worden vastgesteld o.b.v. indirecte bewijzen, wanneer deze samenhangend, verifieerbaar en voldoende gedetailleerd zijn. Hieronder vallen gedetailleerde en verifieerbare verklaringen van de asielzoeker. Internetarikelen op basis van informatie van anonieme familieleden van eiser vallen hier niet onder, want die zijn niet verifieerbaar. Eiser heeft daarnaast een werkgeversverklaring en arbeidsovereenkomst overgelegd. Verweerder stelt zich in dat verband ten onrechte op het standpunt dat nu de werkgeversverklaring op zijn verzoek is opgesteld, aan dit document geen objectieve waarde kan worden toegekend. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 18 mei 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1326) valt uit de Uitvoeringsverordening en bijlage II niet af te leiden dat aan ‘indirecte bewijzen van dezelfde aard’ de eis is gesteld dat het bewijs in dat geval uit een objectieve bron afkomstig moet zijn en de verklaringen van een werkgever daarom niet als indirect bewijs kunnen gelden. De werkgeversverklaring is bovendien verifieerbaar en wordt ondersteund door de arbeidsovereenkomst. Hoewel er enige onduidelijkheid is gelet op een andere overgelegde verklaring, acht de rechtbank dit onvoldoende om zonder meer voorbij te gaan aan de werkgeversverklaring en arbeidsovereenkomst, zonder nader onderzoek naar die documenten. Ook een verklaring van een ziekenhuis betrekt de rechtbank, gelet op artikelen 83 en 83a Vw, bij de beoordeling. Het standpunt van verweerder dat eiser in de bestuurlijke fase geen melding heeft gemaakt van een ziekenhuisopname en dat de ziekenhuisverklaring daarom geen rol mag spelen, gaat niet op.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
