Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2017:6558

Rechtbank Den Haag · 16-05-2017 · zaaknummer AWB 16/16538 VK

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 19-06-2017
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Trefwoorden: EU-verblijfsvergunning langdurige ingezeten, intrekking verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, verplaatsing hoofdverblijf buiten Nederland, veroordeling drugsdelict Wetsartikelen: artikel 22, tweede lid, aanhef en onder a, Vw, artikel 20 Vw, 8 EVRM Samenvatting: Eiser verblijft sinds 1986 in Nederland en heeft drie meerderjarige kinderen. Vaststaat dat eiser vanaf 2000 tot 24 juli 2013 gedetineerd is geweest in Tunesië wegens invoer van drugs. Eiser heeft aangevoerd dat hij nimmer zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft gevestigd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt mogen stellen dat sprake is van verplaatsing van het hoofdverblijf van eiser buiten Nederland. Niet in geschil is dat eiser ongeveer dertien jaar gedetineerd in Tunesië heeft verbleven en zijn detentie het gevolg was van een veroordeling wegens een gedraging die in Nederland strafbaar is gesteld. Van een overschrijding van de zes maanden verblijf buiten Nederland die te wijten is aan omstandigheden die buiten eisers schuld zijn gelegen is, gelet op het beleid, daarom geen sprake. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een beschermingswaardig familieleven zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM. Eiser heeft weliswaar familieleven met zijn drie meerderjarige kinderen, maar er is geen sprake van een afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en zijn in Nederland wonende kinderen die de normale band tussen volwassen familieleden overstijgt (“more than normal emotional ties”). De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de intrekking van eisers verblijfsvergunning geen schending van het recht op eerbiediging van privéleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM oplevert. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft gesteld dat eiser zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft gevestigd en de verblijfsvergunning op goede gronden met terugwerkende kracht tot 17 mei 2000 heeft ingetrokken en de aanvraag tot het verlenen van een “EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezeten” respectievelijk een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd heeft afgewezen, zodat het bestreden besluit in stand kan blijven

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.