ECLI:NL:RBDHA:2017:5718
Rechtbank Den Haag · 29-05-2017 · zaaknummer 09/842013-17
Inhoudsindicatie
De zeer jeugdige dader heeft samen met twee anderen een woningoverval gepleegd, waarbij geweld is gebruikt en is gedreigd met geweld. Een medeverdachte heeft met een mes gestoken in de schouder van één van de twee slachtoffers. Verder heeft hij met het mes gedreigd. Ook voor verdachte geldt dat ten aanzien van het steken en het dreigen met het mes medeplegen kan worden bewezen. De rechtbank overweegt daartoe dat de verdachte en de medeverdachten de overval, de rollen van een ieder en het gebruik van een mes, tang, hamer en duct tape daarbij van tevoren hebben besproken. Verdachte heeft tijdens de overval begrepen dat aangever met een mes was gestoken en is daarna doorgegaan met de overval. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat verdachte de aanmerkelijke kans dat tijdens de overval geweld zou worden gepleegd met het mes willens en wetens heeft aanvaard.
Advocaten
Officier van justitie
- L.E. van der Leeuw
officier van justitie
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
