ECLI:NL:RBDHA:2017:5679
Rechtbank Den Haag · 06-04-2017 · zaaknummer AWB 16/17697
Inhoudsindicatie
Eiseres heeft een aanvraag ingediend om verlening van een verblijfsvergunning regulier met als doel “verblijf als familie- of gezinslid”. Ten tijde van de aanvraag beschikt referent over een positief banksaldo van € 126.368,68,--. De rechtbank volgt verweerder niet in het standpunt dat de omvang van het vermogen van referent niet relevant is, maar alleen de uit dat vermogen voortvloeiende inkomsten. Het middelenvereiste dient er immers toe het risico op een beroep op sociale bijstand te beperken en een fors banksaldo is bij uitstek relevant voor de vraag of aanspraak kan worden gemaakt op sociale bijstand. Voorts volgt uit het Chakroun-arrest dat niet mag worden uitgegaan van een minimuminkomen, omdat de omvang van de behoeften van persoon tot persoon sterk kunnen verschillen. Niet valt in te zien waarom eiseres en referent niet zouden kunnen rondkomen met minder inkomsten uit vermogen door daarnaast geleidelijk op het banktegoed in te teren. Verder volgt uit rechtsoverweging 40, 43 en 45 van het arrest Kachab dat een prospectieve beoordeling moet worden gemaakt van de inkomsten van referent. Deze beoordeling wordt gebaseerd op de ontwikkeling van de inkomenspositie van de referent in de zes maanden voorafgaand aan dat verzoek. Op verweerder rust de verplichting om een concrete beoordeling te maken van de situatie van de referent. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder aan deze verplichting niet voldaan. Verweerder heeft zijn beoordeling enkel gebaseerd op een fictief vermogensrendement van 4% en op basis daarvan vastgesteld dat niet wordt voldaan aan het inkomensvereiste van artikel 3.75, tweede lid, van het Vb 2000. Verweerder heeft niet kenbaar in de beoordeling betrokken dat referent gelet op zijn curriculum vitae zeer goede perspectieven heeft op de arbeidsmarkt. Verweerder heeft leeftijd, opleiding en werkervaring van de referent niet in de beoordeling betrokken. Verder heeft verweerder niet meegewogen dat de kans dat eiseres en referent binnen een jaar een beroep op sociale bijstand kunnen doen uitermate gering is, gelet op de omvang van het spaartegoed van referent
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
