ECLI:NL:RBDHA:2017:552
Rechtbank Den Haag · 13-01-2017 · zaaknummer AWB 16/29472
Inhoudsindicatie
“Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is gericht tegen de afwijzing van de aanvraag, voor zover het besluit geldt als terugkeerbesluit. Voorts is het beroep gericht tegen het uitvaardigen van het inreisverbod voor de duur van twee jaren. Eiser voert aan dat verweerder in strijd heeft gehandeld met het bepaalde in artikel 4:8, van de Algemene wet bestuursrecht omdat eiser ten onrechte niet is gehoord over het aan hem op te leggen terugkeerbesluit en inreisverbod tijdens het gehoor. Terugkeerbesluit De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiser door middel van het gehoor op 9 december 2016 en het voornemen van 12 december 2016 naar behoren en daadwerkelijk in staat heeft gesteld om zijn standpunt uiteen te zetten over zijn verblijfstatus in Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie, de vraag of hij onder de uitzonderingen genoemd in artikel 6, vierde en vijfde lid, van de Terugkeerrichtlijn valt, zijn persoonlijke omstandigheden in het kader van artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn en de modaliteiten van zijn terugkeer, te weten de vertrektermijn en de vrijwillige of gedwongen aard van het vertrek. De verplichting om eiser voorafgaand aan de vaststelling van het terugkeerbesluit daarover specifiek te horen, zou de administratieve procedure nodeloos rekken zonder dat dit tot een verbetering van de rechtsbescherming van eiser leidt (vgl. de arresten van het Hof van 5 november 2014, C 166/13, ECLI:EU:C:2014:2336 en 11 december 2014, C-249/13, ECLI:EU:C:2014:2431, http://curia.europa.eu). De rechtbank betrekt daarbij dat er een zeer korte periode is verstreken tussen 12 december 2016, de dag waarop het voornemen aan eiser is medegedeeld en 14 december 2016, de dag dat het bestreden besluit is genomen. Inreisverbod Uit de uitspraak van de ABRvS van 6 februari 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ2331) volgt dat verweerder eiser voldoende in de gelegenheid heeft gesteld om over het inreisverbod individuele omstandigheden in de zienswijze aan te voeren.”
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
