ECLI:NL:RBDHA:2017:5167
Rechtbank Den Haag · 16-05-2017 · zaaknummer 09/797674-16
Inhoudsindicatie
De strafzaak tegen verzoeker is geëindigd door de beslissing tot sepot door de officier van justitie, omdat verzoeker als dader niet strafbaar zou zijn – naar de rechtbank begrijpt – omdat verzoeker ontoerekeningsvatbaar zou zijn. Een verzoeker die geheel ontoerekeningsvatbaar is verklaard, maar aan wie wel een maatregel zoals bijvoorbeeld terbeschikkingstelling van overheidswege of plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis is opgelegd kan dan ook niet in zijn verzoek worden ontvangen. De wetgever heeft hiermee kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat in dergelijke gevallen de gemaakte kosten niet voor rekening van de Staat dienen te komen. In deze zaak is een sepotbeslissing genomen en biedt artikel 591a Sv daarom wél grond voor toewijzing van een vergoeding aan verzoeker. De rechtbank constateert hier een situatie van ongelijkheid, immers het hangt kennelijk af van de afdoeningsbeslissing van de behandelend officier van justitie of de verdachte het traject via de rechtbank doorloopt, waar hij na oplegging van een maatregel geen vergoeding ex artikel 591a Sv kan krijgen, of het traject van een sepot en een civiele reactie, waarna hij wél een vergoeding kan krijgen. Het verzoek wordt toegewezen.
Rechters
Advocaten
- F.A.S. Bellekom
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
