ECLI:NL:RBDHA:2017:5164
Rechtbank Den Haag · 16-05-2017 · zaaknummer AWB 16/26928
Inhoudsindicatie
Rechtbank stelt geen prejudiciële vragen aan het HvJ-EU om de algemene veiligheidssituatie in Libië te kunnen beoordelen. Met betrekking tot de vraag of zich in Libië, en Tripoli en Benghazi in het bijzonder een uitzonderlijke situatie voordoet waartegen artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, sub 3, Vw 2000 bescherming biedt, verwijst de rechtbank verder naar de Afdelingsuitspraken van 20 juli 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2123, Tripoli en ECLI:NL:RVS:2016:2124, JV 2016/245, Benghazi). In deze uitspraken heeft de Afdeling geoordeeld dat de algemene veiligheidssituatie in Libië, in het bijzonder in Tripoli en/of Benghazi, niet zodanig slecht is dat een vreemdeling reeds om die reden daarnaar niet kan terugkeren. Dit oordeel is nadien door de Afdeling steeds herhaald. De rechtbank ziet thans geen reden om tot een ander beoordeling te komen. Om deze beoordeling te kunnen maken ziet de rechtbank voorts geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ-EU. De rechtbank overweegt daartoe dat het Europees gemeenschappelijk asielstelsel is neergelegd in verscheidene richtlijnen en verordeningen, die alle op zichzelf en in onderlinge samenhang de harmonisatie van de verschillende asielstelsels bevorderen. Dat betekent niet dat de asielstelsels hetzelfde zijn maar, bij de huidige stand van zaken, dat de asielstelsels van de lidstaten ten minste aan dezelfde minimumnormen voldoen. Daarbij laat het Europees gemeenschappelijk asielstelsel in zijn huidige vorm de lidstaten ruimte voor verschillende kwalificaties van eenzelfde feitelijke situatie. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen bepaling in een Europese richtlijn of verordening aan te wijzen waaruit volgt dat de lidstaten hun kwalificatie onderling moeten afstemmen, noch een bepaling aan de hand waarvan zulke afstemming, indien gewenst, zou kunnen worden afgedwongen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
