ECLI:NL:RBDHA:2017:5047
Rechtbank Den Haag · 04-05-2017 · zaaknummer 17_185 17_186 en 17_187 IBPVV
Inhoudsindicatie
Eiser heeft in zijn aangiften IB/PVV over de jaren 2011, 2012 en 2013 verliezen uit onderneming in aanmerking genomen. Verweerder heeft aanslagen opgelegd conform deze aangiften. Nadat de aanslagen tot stand zijn gekomen constateert verweerder dat de in aanmerking genomen verliezen deels zien op beleggingen en legt navorderingsaanslagen op. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een nieuw feit in de zin van artikel 16, eerste lid, van de Awr. Verweerder heeft zijn onderzoekplicht niet geschonden nu hij in redelijkheid niet behoefde te twijfelen aan de juistheid van de door eiser ingediende aangiften. Het beroep dat eiser doet op het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel slaagt niet. Aan het feit dat aanslagen zijn opgelegd conform ingediende aangiften kan geen in rechte te beschermen vertrouwen worden ontleend. Voorts is gesteld noch gebleken dat door verweerder ten aanzien van de beleggingen een standpunt is ingenomen waarop eiser zich in rechte kan beroepen. De navorderingsaanslagen zij terecht opgelegd. Beroepen ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
