Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2017:4371

Rechtbank Den Haag · 25-04-2017 · zaaknummer AWB 17/7893

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 26-04-2017
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vrijheidsontnemende maatregel; toepassing van de maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw is gebaseerd op een onjuiste wettelijke grondslag indien een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening, omdat daarin niet de voorwaarde wordt gesteld dat een significant risico op onderduiken bestaat als bedoeld in artikel 28 van de Dublinverordening. Eiser voert terecht aan dat in dit geval artikel 6, derde lid, Vw niet de grondslag kan vormen voor de aan hem opgelegde vrijheidsontnemende maatregel, omdat voor toepassing van artikel 6, derde lid, Vw slechts als voorwaarde geldt dat de asielaanvraag wordt behandeld in de grensprocedure. In artikel 6, derde lid, Vw noch in enige andere bepaling van die wet of het Vreemdelingenbesluit 2000 wordt aan toepassing van die maatregel in de situatie dat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening, de voorwaarde gesteld dat een significant risico op onderduiken bestaat. Dat in de toelichting bij WBV 2017/3 staat vermeld dat bij de toepassing van artikel 6, derde lid, Vw, gelet op artikel 28 van de Dublinverordening, dat sprake is van een significant risico op onderduiken, is daartoe onvoldoende. Uit het arrest van het Hof van Justitie van 15 maart 2017 (ECLI:EU:C:2017:213) volgt dat artikel 2, aanhef en onder n, gelezen in samenhang met artikel 28, tweede lid, van de Dublinverordening, aldus moet worden uitgelegd dat het vereist dat de objectieve criteria waarop de redenen zijn gebaseerd om aan te nemen dat een vreemdeling zal onderduiken, worden vastgelegd in een dwingende bepaling van algemene strekking. In artikel 5.1a, vijfde lid, Vb gelezen in samenhang met artikel 5.1b, tweede lid, Vb zijn weliswaar criteria vastgelegd op grond waarvan een significant risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken kan worden aangenomen, maar deze criteria gelden blijkens voormelde bepalingen slechts voor toepassing van de maatregelen van artikelen 6a en 59a Vw, en derhalve niet voor de toepassing van artikel 6, derde lid, Vw. Zoals ook volgt uit voormeld arrest van het Hof, heeft het ontbreken van een wettelijke bepaling waarin de objectieve criteria zijn vastgelegd waarop de redenen zijn gebaseerd om een risico op onderduiken aan te nemen, tot gevolg dat artikel 28, tweede lid, van de Dublinverordening niet kan worden toegepast. De grondslag voor de aan eiser opgelegde vrijheidsontnemende maatregel kan daarom evenmin aan artikel 6, derde lid, Vw in samenhang met artikel 28, tweede lid, van de Dublinverordening worden ontleend.

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.