Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2017:4212

Rechtbank Den Haag · 21-04-2017 · zaaknummer AWB 16/17107

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 24-04-2017
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De rechtbank concludeert dat de werkwijze van verweerder bij het inwilligen van asielverzoeken van (nog) niet erkende staatlozen bevreemdt en voor eisers tot praktische problemen kan leiden, maar dat dit juridisch onaantastbaar is in een asielprocedure. Weliswaar heeft verweerder formeel gelijk dat de registratie van de staatloosheid door de gemeente plaatsvindt op basis van de Wet BRP, maar niet valt in te zien waarom verweerder bij het beoordelen of eisers in aanmerking komen voor bescherming niet tevens een beoordeling maakt van de gestelde nationaliteit. Verweerder beoordeelt in de asielprocedure immers altijd de door de vreemdeling afgelegde verklaringen over zijn nationaliteit als hij om internationale bescherming verzoekt. Niet goed valt in te zien waarom verweerder in zaken als de onderhavige, waarbij aanstonds duidelijk is dat de verzoekers internationale bescherming nodig hebben, de verklaringen over de nationaliteit niet (verder) beoordeelt. Dat dat enige inspanning vereist, is daarbij naar het oordeel van de rechtbank geen afdoende verklaring nu het tot de kerntaken van verweerder behoort bij het beoordelen van de noodzaak tot bescherming. Bij het toepassen van de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling worden namelijk de elementen identiteit en nationaliteit steeds beoordeeld alvorens wordt overgegaan tot beoordelen van de verklaringen die zien op het asielrelaas. De rechtbank wil gevoeglijk aannemen dat het beoordelen van verklaringen over staatloosheid meer inspanningen vereist dan het onderzoeken van bijvoorbeeld paspoorten, echter niet valt in te zien waarom verweerder zich in de onderhavige zaak niet de moeite getroost om alle verklaringen van eisers, dus ook de verklaringen over staatloosheid, te beoordelen. Het komt de rechtbank relatief eenvoudig voor, zoals voorgehouden ter zitting, om deze verklaringen te verifiëren en controleren bij de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA). Ook acht de rechtbank zonder meer aannemelijk dat verweerder bij het inwilligen van de verblijfsvergunningen sterke vermoedens heeft over de afkomst en herkomst. Niet valt in te zien waarom verweerder niet genegen is die vermoedens tot uitdrukking te brengen door op de inwilligende beschikking te vermelden dat eisers staatloos zijn. Verweerder erkent immers met zijn proceshouding dat eisers thans geen rechten kunnen ontlenen aan de aanname dat zij staatloos zouden zijn. Evenmin brengt dit zonder meer mee dat verweerder over drie jaren zou zijn gehouden een aanspraak op naturalisatie te honoreren. Naar het oordeel van de rechtbank getuigt de werkwijze van verweerder dan ook van een verregaande bureaucratie.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.