ECLI:NL:RBDHA:2017:3973
Rechtbank Den Haag · 18-04-2017 · zaaknummer AWB - 16 _ 2099
Inhoudsindicatie
Einduitspraak. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank onder verwijzing naar de uitspraken van de CRvB van 26 juli 2011 (ECLI:NL:CRVB:2011:BR4086) en 15 maart 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:995) overwogen dat zij niet vermag in te zien op grond waarvan het in deze uitspraken weergegeven uitgangspunt, namelijk dat de uitoefening van de terugvorderingsbevoegdheid in geval van inlichtingenverzuim niet tot uitkomsten mag leiden die voor de betrokkene(n) onevenredig zijn in verhouding tot het doel dat kennelijk met die bevoegdheid wordt beoogd, te weten: het ongedaan maken van de financiële gevolgen van het inlichtingenverzuim, niet tevens in het geval van eiseres heeft te gelden. De rechtbank heeft derhalve geoordeeld dat het terugvorderingsbedrag dient te worden gematigd en verweerder in de gelegenheid gesteld om het terugvorderingsbedrag te herzien. Verweerder heeft vervolgens het recht op toeslag van eiseres over de in geding zijnde periode opnieuw berekend. Bij deze herberekening is verweerder uitgegaan van de gehuwdennorm daarbij rekening houdende met de inkomsten van de echtgenoot van eiseres. De herberekening van het recht op toeslag heeft evenwel geen (aanzienlijke) gevolgen voor het terugvorderingsbedrag over de in geding zijnde periode. Verder is in de tussenuitspraak reeds geoordeeld dat eiseres de op haar rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden. De rechbank ziet geen aanleiding de opgelegde boete verder te matigen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
