ECLI:NL:RBDHA:2017:3521
Rechtbank Den Haag · 30-03-2017 · zaaknummer 09.827807.16
Inhoudsindicatie
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan twee woninginbraken en veroordeelt hem tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden. Namens een van de aangeefsters – die inmiddels is overleden – is een vordering ingediend. Nu aangeefster niet is komen te overlijden ten gevolge van het bewezenverklaarde feit zal de rechtbank, gelet op het bepaalde in artikel 361, eerste en tweede lid juncto artikel 51f, tweede lid Sv, de indiener van de vordering niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. Dit staat naar het oordeel van de rechtbank echter niet in de weg aan het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel.
Advocaten
Officier van justitie
- R. van Geloven
officier van justitie
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
