ECLI:NL:RBDHA:2017:2140
Rechtbank Den Haag · 07-03-2017 · zaaknummer AWB 17/2914
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen, omdat hij Kroatië verantwoordelijk acht op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in afwachting van de beantwoording door het Hof van Justitie van de prejudiciële vragen die zijn gesteld door Vrhovno sodišče te Ljubljana, de hoogste rechter van Slovenië, bij uitspraak van 13 september 2016 (C-490/16), over de uitleg van het begrip ‘illegale inreis’ in artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening in de situatie van passage van migranten op de Balkanroute die werd georganiseerd door de overheid met het oog op doorreis, zoals aan de orde was toen verzoeker via de grens van Kroatië het grondgebied van de Europese Unie is ingereisd.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
