ECLI:NL:RBDHA:2017:2106
Rechtbank Den Haag · 02-03-2017 · zaaknummer AWB-17_2577
Inhoudsindicatie
N.o-verklaring van zesde opvolgende asielaanvraag, waarvan vier op grond van bekering. Beroep gegrond. De rechtbank overweegt dat bij een (gestelde) bekering tot een andere geloofsovertuiging en, in verband daarmee, de stelling dat sindsdien een ontwikkeling heeft plaatsgevonden die geleid heeft tot een geloofsgroei, sprake is van een (doorlopend) proces waarbij bepaalde activiteiten - zoals kerkgang, bidden en het lezen van de bijbel - een constante factor blijven. In dat licht bezien is het dan ook niet vreemd dat eiser - in aanmerking genomen dat de gestelde bekering op 23 december 2007 door verweerder in een eerdere procedure niet geloofwaardig is geacht - bij de in geding zijnde opvolgende asielaanvraag waaraan opnieuw de bekering en de sindsdien plaatsgevonden geloofsontwikkeling ten grondslag is gelegd, heeft verklaard dat hij de in de eerdere procedures genoemde activiteiten heeft voortgezet. De voortzetting van de activiteiten op zich is niet aan te merken als een nieuw element. Zoals echter reeds is overwogen onder 4.1, had in het kader van artikel 30a Vw voornoemd beoordeeld moeten worden of eiser met zijn verklaringen over, onder andere, de door hem voortgezette activiteiten in het kader van de gestelde christelijke geloofsovertuiging, thans alsnog inzichtelijk heeft gemaakt waarom hij tot de gestelde intensivering van de bekering is gekomen en hoe dit proces is verlopen. Ook had getoetst dienen te worden of eiser tot uiting heeft gebracht dat de gestelde keuze voor het christelijk geloof weloverwogen en welbewust is en of hij duidelijk heeft kunnen maken wat de betekenis van de gestelde geloofsovertuiging voor hem persoonlijk is. De rechtbank is van oordeel dat uit de motivering van het bestreden besluit onvoldoende blijkt dat de beoordeling vanuit deze invalshoek heeft plaatsgevonden. Het lijkt er veeleer op dat gekeken is of eiser iets “nieuws” naar voren heeft gebracht, in de zin van zaken die niet tijdens de eerdere procedures naar voren zijn aangevoerd. De rechtbank concludeert daarom dat de motivering van het standpunt van verweerder dat uit de verklaringen van eiser niet blijkt dat sprake is van nieuwe elementen of bevindingen, ondeugdelijk is.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
