ECLI:NL:RBDHA:2017:2035
Rechtbank Den Haag · 23-02-2017 · zaaknummer AWB 16 / 18487
Inhoudsindicatie
Eiser en zijn echtgenote (referente) zijn van Turkse nationaliteit. Referente is in het bezit van een zelfstandige reguliere verblijfsvergunning. Eiser is op 16 maart 2012 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘verblijf bij echtgenote in het kader van gezinshereniging’. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de aan eiser verleende verblijfsvergunning ingetrokken met ingang van 1 mei 2013 en geweigerd de geldigheidsduur van deze verblijfsvergunning te verlengen. Vanaf die datum ontvangen eiser en referente een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (thans Participatiewet) en voldoen zij niet meer aan het middelenvereiste. De rechtbank stelt vast dat onbestreden is gebleven dat eiser en referente sinds 1 mei 2013 niet duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan hebben beschikt en zij ten tijde van het bestreden besluit een beroep deden op de openbare kas. Verweerder heeft overtuigend gemotiveerd dat in het geval van eiser geen sprake is van zodanig bijzondere feiten of omstandigheden op grond waarvan aanleiding bestaat van intrekking met gebruikmaking van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht in afwijking van de toepasselijke beleidsregels af te zien. Niet blijkt immers van een actieve houding van eiser en referente om weer tot de legale arbeidsmarkt te gaan behoren. Het Besluit nr. 1/80 van de Associatieraad, die is ingesteld bij de overeenkomst waarbij een associatie tot stand is gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Turkije (Besluit 1/80) verzet zich niet tegen de intrekking van de verblijfsvergunning met ingang van 1 mei 2013. Zo voldoet eiser niet aan het bepaalde in artikel 6 van het Besluit 1/80. Eiser heeft immers minder dan één jaar in Nederland arbeid in loondienst verricht. Nu niet is gebleken dat eiser en referente tot de legale arbeidsmarkt zijn blijven behoren, slaagt het beroep op de standstillbepaling van artikel 13 van het Besluit 1/80 evenmin. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat de inmenging in het familie- en gezinsleven van eiser en referente gerechtvaardigd is. Het beroep is ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
