ECLI:NL:RBDHA:2017:1802
Rechtbank Den Haag · 23-02-2017 · zaaknummer AWB - 16 _ 556
Inhoudsindicatie
Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS) volgt dat verweerder de aanspraak op een kindgebonden budget vaststelt en daarbij het oordeel van de SVB inzake de toekenning en betaling van kinderbijslag dient te volgen. De rechtbank kan eiseres niet volgen in haar standpunt dat verweerder een eigen afweging dient te maken op dit punt, omdat er sprake zou zijn van een eigen bevoegdheid en plicht om te toetsen of een aanvrager mogelijk voor kindgebonden budget in aanmerking komt. In de Wkb, noch in de geschiedenis van de totstandkoming van deze wet valt een aanknopingspunt hiervoor te vinden. Van strijd met het EU-recht is de rechtbank niet gebleken, nu een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang bij de bestuursrechter openstaat tegen de beslissing van de SVB en de toetsing aan diverse bepalingen van het internationale recht daar plaats kan vinden. Het enkele feit dat verweerder zich op dit punt ingevolge de wettelijke bepaling aan de uitkomst van de procedure in de SVB zaak dient te conformeren, levert geen situatie op die in strijd is met de door eiseres ter zitting aangehaalde jurisprudentie.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
