Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2017:1648

Rechtbank Den Haag · 23-02-2017 · zaaknummer AWB - 16 _ 6501

Bestuursrecht; OmgevingsrechtGepubliceerd 23-02-2017
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verweerder heeft aan eiser een last onder dwangsom opgelegd omdat hij zonder omgevingsvergunning vergunningplichtige dan wel onvergunbare (bouw)werken op het perceel heeft uitgevoerd. Het betreft de volgende (bouw)werken: de in de zijgevel geplaatste (schuif)deur, het laadplatform / de volledige aanbouw, de overkapping boven het laadplatform / aanbouw en de aangebrachte in/uitrit (uitweg). Ook dient de brandtrap onder de nooddeur in de zijgevel terug geplaatst te worden en de nooddeur voorzien te worden van het opschrift ‘nooddeur vrijhouden’ of ‘nooduitgang’. De rechtbank heeft overwogen dat het grote geschilpunt het antwoord op de vraag betreft of het overkapte laadplatform vanaf het moment dat dit is losgekoppeld van het hoofdgebouw en is voorzien van uitschuifbare wielen nog kan worden aangemerkt als een bouwwerk. De rechtbank is van oordeel dat het laadplatform, ook nadat het mobiel is gemaakt, als een bouwwerk aangemerkt moet worden. Hierbij wordt overwogen dat het platform tijdens de bouw overduidelijk was bedoeld om ter plaatse te functioneren en dus een plaatsgebonden constructie betreft. Pas nadat verweerder is overgegaan tot invordering van de last onder dwangsom wordt het platform mobiel gemaakt en gescheiden van het hoofdgebouw. Dat eiser vanaf dat moment de mogelijkheid heeft om het laadplatform naar een andere plek te verplaatsen, doet aan het plaatsgebonden karakter, gelet op het feitelijk gebruik zoals dat heeft plaatsgehad, niet af. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat het laadplatform met uitzondering van de één controle telkens op de oorspronkelijke plek stond. Eiser heeft derhalve niet voldaan aan de last nu hij het laadplatform niet heeft verwijderd en verwijderd heeft gehouden. Voorts is de rechtbank van oordeel dat eiser evenmin de uitweg heeft verwijderd dan wel verwijderd heeft gehouden. Ook was ten tijde van primaire besluiten I en II de nooddeur niet voorzien van het opschrift ‘nooddeur vrijhouden’ of ‘nooduitgang’ en was er evenmin een brandtrap onder de nooddeur aanwezig was. De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiser niet aan de last heeft voldaan, zodat de dwangsommen van rechtswege zijn verbeurd en verweerder terecht tot invordering is overgegaan. Evenmin zijn bijzondere omstandigheden gebleken op grond waarvan van invordering kan worden afgezien.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • het college van burgemeester en wethouders van Westland

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van Westland

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.