ECLI:NL:RBDHA:2017:16349
Rechtbank Den Haag · 17-07-2017 · zaaknummer C/09/534974/ KG RK 17/1145
Inhoudsindicatie
Verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in wrakingsverzoek. Artikel 8:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht schrijft voor dat een verzoek tot wraking wordt gedaan, zodra de feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden aan de verzoeker bekend zijn geworden. In dit geval heeft verzoekster op 2 juni 2017 een verzoek tot aanhouding van de behandeling ter zitting ingediend. Dit aanhoudingsverzoek is bij brief van 6 juni 2017 afgewezen. Eerst op 22 juni 2017, dus ruim twee weken later, heeft verzoekster haar wrakingsverzoek ingediend. Dat is naar het oordeel van de wrakingskamer te laat. Anders dan verzoekster betoogt, brengt de omstandigheid dat zij niet meteen na de afwijzing van haar verzoek om uitstel een wrakingsverzoek wilde indienen, maar eerst de beslissing wilde afwachten op haar klacht van 14 juni 2017 bij de president van de rechtbank, niet mee dat de verlate indiening van het wrakingsverzoek verschoonbaar is.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
belanghebbende · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
belanghebbende
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
