Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2017:15970

Rechtbank Den Haag · 24-11-2017 · zaaknummer AWB - 16 _ 10292

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 23-01-2018
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De gemeente Barendrecht is juridisch eigenaar van de sportparken [sportpark 1] en [sportpark 2], die elk aan een voetbalvereniging ter beschikking zijn gesteld. Voor de beheer- en onderhoudswerkzaamheden van de sportvelden ontvangt de gemeente facturen met btw. Naar aanleiding van een door middel van een steekproef bij de gemeente Barendrecht ingesteld boekenonderzoek naar de aangiften omzetbelasting 2013 heeft de inspecteur de met betrekking tot de beheer- en onderhoudswerkzaamheden in aftrek gebrachte voorbelasting nageheven op de grond dat bij de terbeschikkingstelling van de sportvelden sprake is van vrijgestelde verhuur. De resultaten van het boekenonderzoek zijn naar het jaar 2012 geëxtrapoleerd. De gemeente stelt dat bij de terbeschikkingstelling van de sportvelden sprake is van het gelegenheid geven tot sportbeoefening in de zin van tabel I, post b.3, behorende bij de Wet OB. De rechtbank oordeelt onder verwijzing naar de HvJ 18 november 2004 (ECLI:EU:C:2004:730) en HR 25 april 2014 (ECLI:NL:HR:2014:980) dat bij onderhavige terbeschikkingstellingen sprake is van verhuur van onroerende zaken als bedoeld in artikel 11, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet OB. De gemeente heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een zodanig aanvullend dienstbetoon dat het passieve karakter van verhuur verloren gaat. Voor wat sportpark [sportpark 1] betreft kent de rechtbank doorslaggevende betekenis toe aan de door de voetbalvereniging in het kader van een bij haar verricht derdenonderzoek afgelegde verklaringen. Uit die door de gemeente niet weersproken verklaringen blijkt dat niet de gemeente maar de voetbalvereniging op eigen gezag nagenoeg al het klein en groot onderhoud verricht, alsmede het beheer, de bewaking en het toezicht verzorgt. Voor wat sportpark [sportpark 2] betreft blijkt dat in afwijking van de door de gemeente met de voetbalvereniging gesloten gebruiksovereenkomst het beheer en klein onderhoud door de voetvalvereniging worden verricht. Deze uitbesteding maakt niet dat de terbeschikkingstelling niet langer als verhuur kan worden aangemerkt omdat de beheer- en onderhoudswerkzaamheden niet aan een derde maar aan de afnemer van de prestatie, de voetbalvereniging, zijn uitbesteed. Voorts kan het aan een derde uitbestede onderhoud niet als aanvullend dienstbetoon worden aangemerkt nu dit onderhoud, in casu ziende op de instandhouding van het verhuurde object, blijkens vaste jurisprudentie immers wordt geacht te behoren tot de normaal aan verhuur gerelateerde activiteiten. De beroepen van de gemeente op het Sportbesluit (Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 27 oktober 2011, nr. BLKB 2011/26M) falen, nu in beide gevallen aan het in onderdeel 2.3 van het Sportbesluit opgenomen derde vereiste niet is voldaan. De rechtbank oordeelt verder dat voor wat de extrapolatie naar het jaar 2012 betreft de inspecteur in beginsel kan worden gevolgd in diens stelling dat de oorzaak van een onjuistheid in de aangifte omzetbelasting vooral is gelegen in de gebreken van de interne beheersorganisatie van de gemeente. De door de inspecteur gestelde omstandigheid dat de interne beheersorganisatie van de gemeente voor het jaar 2012 nagenoeg identiek is aan die voor het jaar 2013 acht de rechtbank evenwel onvoldoende voor de daaraan door de inspecteur verbonden conclusie dat in het jaar 2012 dezelfde onterechte aftrek van voorbelasting heeft plaatsgevonden als in 2013. De door de inspecteur voor het jaar 2013 vastgestelde fout betreft niet een structurele fout die bij alle BTW-facturen wordt gemaakt, maar is een fout als gevolg van een onjuiste kwalificatie door de gemeente van de aan de aftrek ten grondslag liggende specifieke prestatie. Onder deze omstandigheden dient feitelijk te worden vastgesteld dat die foutieve kwalificatie zich ook in het geëxtrapoleerde jaar 2012 in ieder geval ten minste éénmaal heeft voorgedaan. De enkele stelling van de inspecteur dat aannemelijk is dat ook voor 2012 zodanige facturen met betrekking tot de sportparken [sportpark 1] en [sportpark 2] bestaan, is daartoe onvoldoende. Beroep naheffing 2013 ongegrond, beroep naheffing 2012 gegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.