Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2017:15725

Rechtbank Den Haag · 27-12-2017 · zaaknummer AWB - 17 _ 3905

BestuursrechtGepubliceerd 15-01-2018
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Migrerend werknemer. Reële en daadwerkelijke arbeid? Herziening artikel 7.1, tweede lid, onder a, van de Wsf 2000. Raulintoelage. Geen sprake van reële en daadwerkelijke arbeid. Tijdens de in geding zijnde perioden had eiser een arbeidsovereenkomst met XX als studenttutor. Blijkens deze overeenkomst bestonden de werkzaamheden uit het geven van bijles aan andere studenten. In het zich bij de stukken bevindende rapport van de FIOD, dossiernummer xxx, van x-x 2015, zijn diverse verklaringen opgenomen van studenten die een arbeidsovereenkomst hadden met XX, als ook een verklaring van de directeur van XX, de heer Y. Uit deze verklaringen blijkt dat een student die een arbeidsovereenkomst sloot met XX geacht werd om zich 32 uur per maand beschikbaar te houden voor het geven van bijles aan andere buitenlandse studenten. De studenten die bijles wilden nemen dienden in het bezit te zijn van een XX abonnement. De kosten van dit abonnement bedroegen ongeveer € 400 per maand. De lessen konden alleen afgenomen worden van een student die zelf ook een abonnement bij XX had. Daaruit volgt dat zowel de student die les gaf als de student die les nam, in het bezit moest zijn van een XX abonnement, met als bedoeling dat zich een marktplaats zou ontvouwen van en voor buitenlandse studenten. Voor het zich beschikbaar houden voor het geven van bijles ontvingen de studenten per maand een loon van ongeveer € 290. Het loon werd verrekend met de abonnementskosten zodat iedere student per saldo in elk geval ruim € 100 per maand betaalde aan XX. Naar het oordeel van de rechtbank is in een dergelijk geval geen sprake van een reële constructie waarbij conform de overeengekomen uren bijles werd gegeven en waarbij voor het betaalde abonnementsgeld bijles werd genoten. Uit de verklaringen van diverse studenten en de heer Y. blijkt dat er geen controle werd gehouden op de uren waarin (eventueel) bijles werd gegeven. Er zijn studenten die in het geheel geen bijles hebben gegeven, maar desondanks salarisspecificaties ontvingen waarop stond dat zij die maand 32 uur gewerkt hadden. Voor zover er door studenten al arbeid is verricht, is in elk geval geen sprake van arbeid onder het gezag van een ander. Ook is niet gebleken dat er een verplichting bestond tot het persoonlijk verrichten van de arbeid. De rechtbank overweegt voorts dat in het geval waarbij studenten verplicht waren om maandelijks een bedrag te betalen voordat werkzaamheden verricht mochten worden, en er per saldo – de studiefinanciering buiten beschouwing gelaten – geen positief resultaat werd behaald, geen sprake is van een beloning voor verrichte arbeid. Ook daarom kan geen sprake zijn van reële en daadwerkelijke arbeid in de zin van het EU-recht. Een beloning voor een verrichte prestatie is immers een wezenlijk kenmerk van een arbeidsverhouding (ro. 22. HvJ, 30 maart 2006, Mattern/Cikotik; C-10/05). De stelling dat het zich 32 uur beschikbaar houden voor arbeid al moet worden aangemerkt als reële en daadwerkelijke arbeid volgt de rechtbank niet. Herziening. Verweerder heeft de studiefinanciering van eiser herzien op grond van artikel 7.1, tweede lid, onder a, van de Wsf 2000. Herziening met toepassing van deze bepaling vindt plaats op grond van het feit dat, voor zover hier van belang, een beschikking is genomen waarvan de studerende wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat deze onjuist was. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser redelijkerwijs kunnen weten dat de toekenning van studiefinanciering onjuist was. Eiser heeft tegen een netto betaling aan XX de beschikking gekregen over urenstaten en salarisspecificaties over de in geding zijnde perioden waarin is opgenomen dat hij 32 uur had gewerkt. Eiser heeft in die maanden echter helemaal geen werkzaamheden voor XX verricht. Op grond van deze omstandigheid heeft eiser moeten beseffen dat hij niet voldeed aan de voorwaarden om te worden aangemerkt als migrerend werknemer. Raulintoelage. Op grond van de uitspraak van het Hof van Justitie EU (Hof van Justitie van de EU; C-357/89). dient Nederland EU-studenten een gelijke tegemoetkoming in de kosten van de onderwijsbijdrage (collegegeld) te geven als Nederlandse studenten. De vanaf september 2002 ingevoerde zogenoemde ‘Raulinvergoeding’ bood EU-studenten die in Nederland studeren, onder gelijke voorwaarden als studerenden met de Nederlandse nationaliteit - dus ook als zij in verband met de nationaliteitseis geen aanspraak hebben op (Nederlandse) studiefinanciering - deze tegemoetkoming. De Raulinvergoeding is per 1 september 2007 vervangen door de invoering van het collegegeldkrediet met de ‘Wet Financiering in het hoger onderwijs’. Uit de brief van de Staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschap van 22 mei 2006 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2005-2006, 30 387 en 22 452, nr. 53) leidt de rechtbank af dat met de invoering van deze wet – onder meer – is beoogd om in het geheel van studiefinanciering een onderscheid te maken tussen de tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud en de kosten van de onderwijsbijdrage. Het collegegeldkrediet, waarmee studenten het verschuldigde collegegeld kunnen lenen, werd op dat moment voor iedereen de (enige) tegemoetkoming in de kosten van de onderwijsbijdrage. De overige vormen van studiefinanciering, zoals de basisbeurs, zijn bestemd voor de kosten van levensonderhoud. De rechtbank is van oordeel dat de stelling van eiser dat de basisbeurs voor thuiswonende studerenden ook moet worden beschouwd als bijdrage in de kosten van onderwijs geen steun vindt in de wet en evenmin in voormelde uitspraak van het Hof. Het collegegeldkrediet is vanaf 1 september 2007 de voorziening om het collegegeld te kunnen betalen en is in die zin bedoeld als waarborg van de toegang tot het onderwijs. Beroep ongegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.