Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2017:15692

Rechtbank Den Haag · 07-11-2017 · zaaknummer AWB 17-6545

BestuursrechtGepubliceerd 10-01-2018
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

1(F) Irak Verweerder heeft eisers asielaanvraag als kennelijk ongegrond afgewezen en een inreisverbod opgelegd voor de duur van tien jaar. Verweerder stelt zich daarbij op het standpunt dat eiser in de periode van 2009 tot 2013 met zijn werkzaamheden als ‘officier informatiemanagement’ de marteling/foltering van arrestanten en gedetineerden direct heeft gefaciliteerd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat bij eiser sprake is van ‘knowing participation’. Uit de algemene openbare bronnen, zoals de algemene ambtsberichten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken inzake Irak voor 2012 en 2013, blijkt immers dat de organisatie waar eiser heeft gewerkt, zijnde het Ministerie van Binnenlandse Zaken van Irak, zich in de periode van 2009 tot 2013 op systematische wijze en op grote schaal 1(F) misdrijven heeft gepleegd in de periode dat eiser daar werkzaam was. Uit de verklaringen van eiser blijkt bovendien duidelijk dat eiser daarvan op de hoogte was. De stelling van eiser dat geen sprake is van knowing participation, omdat niet vast staat dat de mensen die eiser had gesignaleerd gemarteld zijn omdat zij op bevel van de rechter-commissaris werden gearresteerd, slaagt niet. Uit de hiervoor geciteerde bronnen blijkt immers dat de martelingen zowel in de gevangenissen als ook in detentielocaties tijdens alle fases van de procedure, en zelfs na de veroordeling, plaatsvinden. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat bij eiser sprake is van ‘personal participation’. Verweerder heeft eiser in dit verband terecht tegengeworpen dat eiser een misdrijf als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag heeft gefaciliteerd, dat wil zeggen dat zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het misdrijf, als bedoeld in paragraaf C2/7.10.2.4, ad c, van de Vc 2000. Hiervoor acht de rechtbank van belang dat eiser een essentiële en onmisbare schakel vormde bij het detecteren en arresteren van de mensen die op de lijst van gezochte mensen stonden. Zoals door eiser op de zitting ook is bevestigd was eiser een van de drie personen die deze functie mocht uitoefenen. Verweerder heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat er een voldoende direct en duidelijk verband bestaat tussen de door eiser verrichte werkzaamheden en de misdrijven als bedoeld in artikel 1(F).

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.