Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDHA:2017:15680

Rechtbank Den Haag · 14-12-2017 · zaaknummer NL17.8631 en 17.8632

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 10-01-2018
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

asiel, Tamil, 1(F) aanhef en onder b Vluchtelingenverdrag, personal participation, faciliteren. Eiser heeft verklaard dat hij zich in 1996 vrijwillig aangesloten heeft bij de LTTE. Na de militaire training heeft eiser deelgenomen aan gevechtsacties, waarna hij werd ingezet bij de Charles eenheid van de Sea Tigers. In 1999 is eiser gevraagd zich in zijn woonplaats te vestigen om te spioneren. Omdat eiser in 2000 verdacht werd van spionage, is hij voor de LTTE naar India gegaan. In de periode van 2004 tot 2007 of 2008 heeft eiser daar voor de LTTE gewerkt. Naar eigen zeggen werkte eiser mee aan het transport van elektronische apparaten, waaronder satelliettelefoons, en medicijnen van India naar Sri Lanka. Na het laatste offensief in 2008, heeft eiser zich niet meer ingezet voor de LTTE. Verweerder acht deze verklaringen van eiser aannemelijk en geloofwaardig. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht het standpunt heeft ingenomen dat uit de verklaringen van eiser, bezien in samenhang met de algemene informatie over de LTTE, blijkt dat sprake is van ‘knowing participation’. De rechtbank is van oordeel dat verweerder er niet in is geslaagd om aan te tonen dat sprake is van personal participation. De door verweerder eerst ter zitting gegeven toelichting dat de door eiser vervoerde satelliettelefoons essentieel waren voor de communicatie in het kader van het plegen van terroristische aanslagen, wordt niet ondersteund door de informatiebronnen die verweerder in het bestreden besluit heeft aangehaald. Eiser heeft zich in dit verband ter zitting beroepen op het arrest van 9 november 2010 van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) inzake Duitsland tegen B. en D. (ECLI:EU:C:2010:661). Daarin heeft het Hof overwogen dat een persoon die heeft behoord tot een organisatie die terroristische methoden toepast, slechts van de vluchtelingenstatus kan worden uitgesloten na een individueel onderzoek van specifieke feiten waaruit kan worden opgemaakt of er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat deze persoon in het kader van zijn activiteiten binnen die organisatie een misdrijf als bedoeld in artikel 1(F) heeft begaan of anderszins daaraan heeft deelgenomen. Uit het bestreden besluit blijkt onvoldoende dat verweerder een dergelijk onderzoek, toegespitst op de periode van 2004 tot 2007/2008, heeft verricht. Uit de hiervoor weergegeven verklaringen van eiser blijkt niet aan welke onderdelen van de LTTE de telefoons geleverd werden en evenmin dat de satelliettelefoons werden gebruikt bij het plegen van aanslagen, noch dat de LTTE in het algemeen bij het plegen van aanslagen specifiek gebruik placht te maken van satelliettelefoons om de door verweerder ter zitting genoemde redenen. Verweerder heeft eiser hierover ook niet specifiek bevraagd. Zonder dat feitelijk duidelijk is welke onderdelen de door eiser vervoerde satelliettelefoons in handen kregen en in welk verband deze apparatuur werd gebruikt bij het plegen van terroristische aanslagen door de LTTE, kan niet worden geconcludeerd dat de bijdrage van eiser een feitelijk effect heeft gehad op het begaan van de terroristische aanslagen en dat die misdrijven in de bewuste periode hoogstwaarschijnlijk niet op dezelfde wijze hadden plaatsgevonden indien niemand de rol van eiser had vervuld. De stelling van verweerder ter zitting dat satelliettelefoons naar hun aard geschikt zijn voor het plegen van terroristische aanslagen, is, nog afgezien van het feit dat dit niet aan het bestreden besluit ten grondslag is gelegd en ook niet is onderbouwd, onvoldoende. Verweerder heeft daarom ondeugdelijk gemotiveerd dat de activiteiten van eiser een wezenlijke invloed hebben gehad op het plegen van terroristische aanslagen door de LTTE omdat er een direct en causaal verband bestaat tussen die activiteiten en de door de LTTE gepleegde misdrijven. De rechtbank concludeert dat verweerder zijn besluit op dit punt niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft voorbereid en genomen en evenmin deugdelijk heeft gemotiveerd.

Advocaten

  • F. Fonville

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.