ECLI:NL:RBDHA:2017:14509
Rechtbank Den Haag · 04-12-2017 · zaaknummer AWB 16/19065
Inhoudsindicatie
Beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘overig humanitaire gronden’. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat redelijke twijfel over eisers nationaliteit en identiteit bestaat. Eiser voldoet daarom niet aan een van de cumulatieve voorwaarden in paragraaf B8/4.1 van de Vc 2000. Bij het primaire besluit tot afwijzing van de aanvraag heeft verweerder tevens een inreisverbod opgelegd voor de duur van vijf jaar. Verweerder heeft het hiertegen gerichte bezwaarschrift ten onrechte doorgezonden ter behandeling als beroepschrift. De rechtbank heeft het beroepschrift teruggezonden ter behandeling als bezwaar. Verweerder heeft vervolgens het bezwaar, voor zover dat is gericht tegen de duur van het inreisverbod, gegrond verklaard en aan eiser een inreisverbod opgelegd wordt voor de duur van twee jaar. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het kader van de vraag of het inreisverbod in strijd is met eisers recht op familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM, verkeerde toetsingsmaatstaven heeft gehanteerd. Tevens heeft verweerder eiser ten onrechte niet gehoord over de consequenties van het inreisverbod. De rechtbank stelt verweerder in de tussenuitspraak in de gelegenheid om deze geconstateerde gebreken te herstellen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
