ECLI:NL:RBDHA:2017:14152
Rechtbank Den Haag · 22-09-2017 · zaaknummer 17/14592
Inhoudsindicatie
Trefwoorden: voorlopige voorziening, beëindiging opvang, behandeling beroep tegen afwijzing asielaanvraag. Samenvatting Uit de beantwoording door de staatssecretaris van vragen gesteld in de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie in de Nota naar aanleiding van het verslag blijkt dat artikel 46, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn bepaalt dat het instellen van beroep in beginsel tot gevolg heeft dat de vreemdeling de uitkomst van de beroepsprocedure in de lidstaat mag afwachten. In het zesde lid is bepaald dat in een aantal gevallen, zoals wanneer de aanvraag kennelijk ongegrond of niet-ontvankelijk is, een beroepschrift geen schorsende werking heeft. In dat geval is een rechterlijke instantie bevoegd om uitspraak te doen over de vraag of de verzoeker op het grondgebied van de lidstaat mag blijven. In Nederland is dit de procedure om een voorlopige voorziening. Het achtste lid bepaalt dat de verzoeker gedurende deze procedure om een voorlopige voorziening op het grondgebied van de lidstaat mag verblijven. In dat geval bestaat er ook een recht op opvang.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
