ECLI:NL:RBDHA:2017:1278
Rechtbank Den Haag · 07-02-2017 · zaaknummer C/09/15/137 R
Inhoudsindicatie
Schuldenaar was vrijgesteld van de sollicitatieplicht onder de voorwaarde dat hij zich liet behandelen. Aan die voorwaarde is niet voldaan. Niet in geschil is dat schuldenaar zijn sollicitatieplicht daardoor niet naar behoren is nagekomen. In beginsel vormt dit een grond voor beëindiging van de regeling op grond van artikel 350, derde lid, onder c Faillissementswet. Als maatstaf heeft echter te gelden of in het licht van de overige omstandigheden van het geval, de daar genoemde gedragingen een duidelijke aanwijzing vormen dat bij de schuldenaar de van hem te vergen medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling ontbreekt. De rechtbank is van oordeel dat schuldenaar in dit geval geen verwijt kan worden gemaakt, althans niet een zodanig verwijt dat dit tot een beëindiging van de schuldsaneringsregeling zou moeten leiden, nu aannemelijk is geworden dat schuldenaar pogingen heeft ondernomen om de behandeling van zijn psychische klachten te starten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
