ECLI:NL:RBDHA:2017:12347
Rechtbank Den Haag · 24-10-2017 · zaaknummer NL17.10653
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit niet op de voorgeschreven wijze is bekend gemaakt als bedoeld in artikel 3:41, eerste lid, Awb. Verweerder heeft het bestreden besluit immers toegezonden aan de advocaat. Zoals volgt uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van vandaag in de zaak NL17.9766 was de advocaat op dat moment echter niet de gemachtigde van eiser. Verweerder heeft daarom in strijd met artikel 3:41, eerste lid, Awb het besluit niet bekendgemaakt door toezending aan eiser. Nu het bestreden besluit niet op de voorgeschreven wijze aan eiser is bekendgemaakt, is de beroepstermijn aangevangen vanaf het moment dat eiser met het besluit bekend is geworden. Gelet daarop heeft eiser zijn beroepschrift binnen de wettelijke termijn ingediend en is hij ontvankelijk in zijn beroep. De rechtbank verwijst naar de eerdergenoemde uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van vandaag in de zaak NL17.9766, waaruit volgt dat de advocaat ook ten tijde van het uitbrengen van het voornemen niet de gemachtigde van eiser was. Verweerder heeft daarom ten onrechte het voornemen aan de advocaat toegezonden en niet aan eiser uitgereikt. Door het bestreden besluit te nemen zonder eiser in de gelegenheid te hebben gesteld een zienswijze uit te brengen op het voornemen, heeft verweerder gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 3.109c, tweede en derde lid, Vb. Het beroep is daarom gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
