ECLI:NL:RBDHA:2017:12271
Rechtbank Den Haag · 13-07-2017 · zaaknummer AWB 16/14927
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft bij het primaire besluit afwijzend beslist op een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en daarbij een inreisverbod opgelegd voor de duur van vijf jaar. Verweerder heeft het daartegen gerichte bezwaarschrift, voor zover dat is gericht tegen het inreisverbod, met toepassing van artikel 6:15 van de Awb doorgezonden als beroep. De rechtbank stelt vast dat verweerder eisers bezwaar voor zover dat is gericht tegen het inreisverbod ten onrechte aan de rechtbank heeft doorgezonden ter behandeling als beroep. De rechtbank overweegt daartoe, onder verwijzing naar vaste jurisprudentie van de Afdeling, dat indien het inreisverbod is vervat in een besluit betreffende een verblijfsvergunning, tegen het inreisverbod dezelfde rechtsmiddelen openstaan als tegen het besluit betreffende de verblijfsvergunning. De rechtbank zal het bezwaarschrift daarom met toepassing van artikel 6:15 van de Awb terugzenden aan verweerder ter behandeling als bezwaar. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat verweerder eisers verzoek om toepassing van artikel 7:1a van de Awb heeft afgewezen, omdat hij de zaak daarvoor naar zijn aard niet geschikt acht.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
